Veel Nederlanders doen vrijwilligerswerk. Vaak krijgen ze daarvoor een vergoeding. Zolang die vrijwilligersvergoeding binnen vastgestelde grenzen blijft, hoeft daarover geen belasting te worden betaald. Worden die grenzen overschreden, dan vindt de Belastingdienst dat er geen sprake is van een vrijwilligersvergoeding. De vergoeding wordt dan belast voor de loon- en inkomstenbelasting. Per 1 januari 2019 is de maximale vrijwilligersvergoeding omhooggegaan van € 1.500,- naar € 1.700,- per jaar en van € 150,- naar € 170,- per maand. Dit zijn dus de maximale bedragen die als onbelaste vrijwilligersvergoeding door vrijwilligers ontvangen mogen worden. In deze situatie hoeven de bedragen niet aan de belastingdienst te worden doorgegeven. Er moet dan wel aan bepaalde voorwaarden worden voldaan.

Goed om te weten: de maximumbedragen voor de vrijwilligersvergoeding gelden per persoon.
Stel dat iemand voor meer organisaties vrijwilligerswerk doet, dan mag die persoon van alle organisaties samen niet meer ontvangen dan het belastingvrije maximum van € 1.700 per jaar

Een vrijwilliger maakt soms kosten om vrijwilligerswerk te kunnen doen. Die kosten worden door sommige organisaties vergoed. Vrijwilligersorganisaties zijn niet verplicht een onkosten­vergoeding te geven. Sommige organisaties hebben helemaal geen geld om kosten te vergoeden.

Een organisatie kan op twee manieren een onkostenvergoeding geven:

  1. daadwerkelijk gemaakte kosten.
  2. een forfaitair (vast) bedrag.

Een combinatie van daadwerkelijk gemaakte kosten en een forfaitair bedrag is niet mogelijk.

Vrijwilligerswerk met een uitkering
Mensen met een uitkering moeten voordat zij vrijwilligerswerk gaan doen toestemming vragen aan de uitkeringsinstantie.
Vrijwilligers met een bijstandsuitkering mogen voor maximaal € 170,- per maand met een maximum tot € 1.700,- per jaar een (onkosten)vergoeding ontvangen zonder dat het verrekend wordt met hun uitkering.
Het maakt ook niet meer uit of het vrijwilligerswerk wel of niet wordt verricht in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. De vrijwilligersvergoedingen zijn nu voor iedere vrijwilliger gelijk, ongeacht of zij wel of niet een bepaalde uitkering heeft.
Vraag altijd voor precieze informatie bij je uitkeringsinstantie na tot welk bedrag je een onkostenvergoeding mag ontvangen.

Een onkostenvergoeding wordt niet als inkomen gezien.
De vrijwilliger mag belastingvrij een onkostenvergoeding ontvangen mits deze voldoet aan de Landelijke Regeling Onkostenvergoeding Vrijwilligers. In principe zijn er twee mogelijkheden voor een onkostenvergoeding: de daadwerkelijk gemaakte kosten of een forfaitair bedrag van maximaal € 170,- per maand met een maximum van € 1.700,- per jaar. Een combinatie van deze twee is niet mogelijk. Vrijwilligers die jonger zijn dan 23 jaar mogen maximaal € 2.75 euro per uur aan onkostenvergoeding ontvangen. Voor vrijwilligers vanaf 23 jaar is dit maximaal € 5,- euro per uur.

Vrijwilligers mogen van meerdere organisaties een onkostenvergoeding ontvangen. Wel blijft er een maximum van € 1.700,- gelden als er van meerdere organisaties een onkostenvergoeding wordt ontvangen. Wordt er geen werk verricht, bijvoorbeeld tijdens vakantie of ziekte, dan mag er niets worden uitbetaald.

Kilometervergoeding
Vrijwilligers mogen de werkelijk gemaakte kosten voor het vrijwilligerswerk vergoed krijgen. Hieronder vallen ook de kosten voor openbaar vervoer of eigen auto.
De belastingvrije kilometervergoeding zoals deze voor werknemers is vastgesteld, geldt niet voor vrijwilligers. De vrijwilliger mag dus de werkelijke kosten van een auto per kilometer declareren. De daadwerkelijke kosten die een auto maakt verschillen per merk en type. De ANWB heeft staatjes waarin voor bijna elk autotype inzicht verkregen kan worden over de kosten. Voor vrijwilligers bestaat er geen grens voor een minimum aantal kilometers waarvoor vergoeding mogelijk is. Vrijwilligers kunnen geen aanspraak maken op een kilometervergoeding wanneer de kilometers lopend of per fiets worden afgelegd.

Onkostenvergoeding hoger dan € 1.700,- per jaar of € 170,- per maand
Wanneer de totale onkostenvergoeding van de vrijwilliger boven de € 170,- per maand of € 1.700,- per jaar komt, moet die vergoeding onderbouwd kunnen worden met bonnetjes, rekening, kwitanties en dergelijke. De vergoeding mag niet bovenmatig zijn. Als de vrijwilliger de vergoeding kan onderbouwen, dan is de vergoeding toch belastingvrij. Gebeurt dat niet, dan kan dat door de Belastingdienst worden uitgelegd als een vorm van betaling en zal als zodanig behandeld worden.

Giftenaftrek
Wanneer vrijwilligers geen onkostenvergoeding ontvangen, dan kunnen zij wellicht gebruik maken van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting. Dit is een regeling waarbij zowel de organisatie als de vrijwilliger baat heeft. Wanneer de financiële situatie van de organisatie vergoedingen niet toestaat of er vrijwillig wordt afgezien van het declareren van kosten, krijgt de organisatie eigenlijk een gift. De vrijwilliger moet wel kunnen aantonen dat er een gift is gedaan. Dat kan bijvoorbeeld met een notitie van de penningmeester van de organisatie.

Meer informatie bij de belastingdienst