Dat de Arbowet alleen geldt voor mensen die betááld werk verrichten, is een misverstand. Ook als je organisatie uitsluitend werkt met vrijwilligers moet je aandacht besteden aan de arbeidsomstandigheden. Dit is wettelijk verplicht.

Werkt je organisatie uitsluitend met vrijwilligers? Dan is dit artikel van toepassing. Zijn er betaalde krachten in dienst, dan is het artikel Arbeidsomstandigheden: de Arbowet van toepassing. Werkt je organisatie zowel met betaalde krachten als vrijwilligers, dan is het raadzaam om ze zoveel mogelijk hetzelfde te behandelen.

Voordelen van een goed arboklimaat
En waarom zou je zoveel moeite moeten doen voor optimale arbeidsomstandigheden in je organisatie? Twee redenen:

  1. Je mijdt financiële risico’s. Denk aan een ongeval dat zich in je organisatie voordoet. Als de Arbeidsinspectie concludeert dat ‘gevaarlijke arbeidsomstandigheden’ daarvan de oorzaak zijn, kan zij een fikse boete opleggen.
  2. De organisatie is aantrekkelijk voor vrijwilligers. Als je je serieus bekommert om de zorg voor betere arbeidsomstandigheden, geef je een belangrijk signaal af: ‘In deze organisatie nemen we onze mensen serieus.’ Het zal je een goed imago en tevreden en gemotiveerde medewerkers opleveren.

De Arbowet
De Arbowet geldt altijd zodra er sprake is van een gezagsverhouding. Organisaties hebben volgens de Arbowet een zorgplicht voor de veiligheid en gezondheid van vrijwilligers. Ze moeten een goed arbeidsomstandighedenbeleid voeren om ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en beroepsziekten te voorkomen. Denk hierbij aan het goed omgaan met factoren als psychische belasting (seksuele intimidatie, pesten, stress) en fysieke belasting (zwaar tillen, onregelmatige werktijden) en werken met gevaarlijke machines en schadelijke stoffen. De regels gelden niet alleen binnen je organisatie, maar ook tijdens activiteiten buitenshuis.

Algemene verplichtingen

Nog even op een rij; de volgende algemene verplichtingen uit de Arbowetgeving gelden ook voor organisaties waar vrijwilligers werken:

  • Voorkómen van ongevallen met gevaarlijke stoffen.
  • Voorlichting en onderricht over gevaarlijke situaties en hoe die te voorkomen.
  • Melding van ongevallen aan de Arbeidsinspectie en registratie van ongevallen in een lijst van ongevallen.
  • De verantwoordelijkheid voor derden op het terrein of in het gebouw van de vrijwilligersorganisatie.
  • Een aantal verplichtingen voor werknemers en dus ook vrijwilligers), zoals het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Verplichtingen over certificatie (bijv. een duikcertificaat voor duikersverenigingen), de mogelijkheden voor de Arbeidsinspectie om in te grijpen (bijv. een eis tot naleving geven) en de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete gelden ook voor organisaties met vrijwilligers.

Extra verplichtingen
Extra verplichtingen zijn er als het gaat om vrijwilligers die jonger zijn dan 18 jaar. Gezien hun jeugdige overmoed en onervarenheid, is er sneller sprake van risico’s. De Arbowet is hier duidelijk over: ‘Arbeid waaraan voor jeugdige vrijwilligers specifieke gevaren zijn verbonden mogen slechts worden verricht onder een zodanig deskundig toezicht dat gevaren worden voorkomen. Als deskundige begeleiding niet mogelijk is, mogen zij het werk niet doen.’ Oftewel: je moet ervoor zorgen dat minderjarigen veilig kunnen werken. Laat ze niet of alleen onder begeleiding werken met gevaarlijke machines en schadelijke stoffen. Even op de ladder om het doel schoon te maken of in de keuken bijspringen bij de snijmachine kan resulteren in een botbreuk of snijwond. Een ongeluk zit in een klein hoekje.

Zwangere vrijwilligers of vrijwilligers die borstvoeding geven, verdienen ook extra aandacht. Ze mogen bijvoorbeeld niet overwerken of zwaar tillen en moeten regelmatig rust nemen. Op de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid staat een overzicht van alle regels.

Risico-inventarisatie en -evaluatie
Vrijwilligersorganisaties zijn vrijgesteld van het uitvoeren van de volgens de Arbowet verplichte Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E, een check van alle mogelijke risico’s). Toch is het sowieso verstandig om RI&E te doen.
Zo’n RI&E bestaat uit:

  • Een lijst waarin alle risico’s op het gebied van arbeidsomstandigheden voor werknemers worden vermeld.
  • Een plan van aanpak, waarin wordt vastgelegd welke risico’s wanneer worden aangepakt.

Eigenlijk is het dus niet meer dan het afwerken van een checklist om de risicofactoren in kaart te brengen. Denk aan slechte ergonomische werkplekken en een te hoge werkdruk. De vragen die bij een RI&E aan de orde komen, zijn:

  1. Wat zijn de gevaren?
  2. Hoe groot zijn deze gevaren?
  3. Wat zijn de mogelijke gevolgen als het fout gaat?
  4. Hebben wij voldoende voorzorgsmaatregelen getroffen?
  5. Zo nee, welke aanvullende maatregelen zijn er nodig?

In 5 stappen naar betere arbeidsomstandigheden

Stap 1: licht voor
Stel je vrijwilligers op de hoogte van je plannen voor een goed arbobeleid. Dit ben je wettelijk verplicht. De vrijwilligers moeten namelijk mee kunnen praten over de plannen.

Stap 2: inventariseer
Vraag vrijwilligers naar hun ervaringen op de werkvloer. Hebben zij risico’s opgemerkt, bijvoorbeeld in de vorm van een te hoge werkdruk of gebrek aan vluchtwegen?

Stap 3: doe een arbocheck
Door de juiste checklist in te vullen, krijg je snel een goed beeld van de plus- en minpunten wat de arbeidsomstandigheden betreft.

Stap 4: bepaal de prioriteiten
Welke punten vormen het grootste gevaar voor de gezondheid (of veiligheid) van je werknemers?

Stap 5: verbeter!
Breng verbeteringen aan in de arbeidsomstandigheden volgens de uitkomst van Stap 4.

Meer informatie
Meer over de Arbowetgeving staat op het ArboPortaal van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.